Studiewijzer Klas 3

Periode 1

Portret tekenen
Hoe teken je een portret en wat zijn de verhoudingen van het menselijke gezicht. Aan de hand van een aantal richtlijnen leer je een goed portret te tekenen. Je neemt vooraf een duidelijk uitgeprinte foto mee van jezelf. Dit gebruik je als voorbeeld voor jouw zelfportret.

In de stijl van…
Verander je portrettekening naar een kunstwerk in de stijl van een bekende kunstenaar. N.a.v. een uitgekozen kunstenaar ga je een nieuwe kunstwerk maken van je portret in de stijl van die kunstenaar. Bekijk hier het overzicht van kunstenaars. Open een word document op je laptop en verzamel daarin 10 verschillende kunstwerken van je uitgekozen kunstenaar die je mooi vind. Vermeldt bij elk kunst werk wat jou aanspreekt.

Kennistoets begrippen:
Leren: Alle begrippen die vallen onder de categorieën Vorm, Ruimte en Licht.

Afsluiting:

  • Zelfportret -> inleveren op: 18 sept
    Inleveren zelfportret op A3 formaat. Mag meer op staan dan alleen het gezicht.
  • In de stijl van… -> inleveren op: 30 okt
    Uitgewerkt zelfportret schilderij in de stijl van een bekende kunstenaar.
  • Kennistoets begrippen -> toets in: toetsweek
    Vorm, Ruimte​ en Licht

Periode 2

Perspectief tekening
We starten deze opdracht met het maken van 2 verschillende schetsen voor je toekomstige perspectief tekening. Zorg dat je per schets minimaal 4 gebouwen tekent. Probeer te variëren in stijl. Denk aan een boerendorp met boerijen, een moderne winkelstraat met een metro station een super futuristische stad. Er is van alles mogelijk!

Uiteindelijk werk je op A3 of A2 (zelf kiezen) formaat een definitieve perspectief tekening uit. Eerst in potlood en daarna uitwerken in Oost-indische inkt of met fine-liner. https://www.gauditekenen.nl/perspectief-tekenen/
Uiteindelijk werk je de tekening uit door te arceren. Dit doe je zo!

Evaluatie opdracht Perspectief tekening
Aan de hand van dit formulier reflecteer je het verloop van je opdracht is gegaan. Het wachtwoord is ‘klas3’ zonder haakjes. Deze opdracht doe je zelfstandig dus maak op tijd een foto van je werk zodat je die erbij kunt houden wanneer je deze opdracht maakt.

Leerdoel
Diepte tekenen op een plat vlak. Ruimtelijk inzicht. Houd overzicht op je werkproces door het tussentijds te beoordelen. Zo voorkom je dat je eindresultaat anders uitpakt dan je van plan was.

Kennistoets 2 begrippen
Leren: Alle begrippen die vallen onder de categorieën ordening, kleur, techniek.

Afsluiting:

  • Architectuur -> inleveren op: info volgt…
  • Reflectie opdracht Architectuur -> inleveren op: info volgt…
  • Kennistoets begrippen (Ordening, kleur, techniek) -> info volgt…

Periode 3

Hollandse Storm
Voor deze opdracht ga je aan de slag met arceren. Je maakt een pentekening van een Hollands landschap waar het stormt. Aan alles wat zich in het landschap bevindt kun je dus zien dat het stormt. Zorg ervoor dat je jezelf in je tekening verwerkt op een belangrijke manier. Je moet dus deel uit maken in de storm. Maak drie verschillende schetsen in potlood op A4 voor je in het net gaat beginnen op A3. Zorg ervoor dat je met overlapping, afsnijding en verkleining werkt! Je tekent je tekening eerst in potlood en daarna arceer je hem met kroontjespen en oost indische inkt.

Spreekwoord
Kies uit deze lijst 3 spreekwoorden uit die je aanspreken. Het spreekwoord ga je vertalen naar beeld. Maak voor alledrie de spreekwoorden één schets. Drie in het totaal dus. Je kunt het spreekwoord letterlijk vertalen naar een tekening of je maakt een tekening van de betekenis van het spreekwoord. Dit mag je zelf kiezen. Maak gebruik van de begrippen ‘overlapping’ en ‘afsnijding’. Je spreekwoord moet als tekst verwerkt worden in jouw tekening. Maak hiervoor gebruik van een écht lettertype via Google fonts.

Leerdoel:
Je leert procesmatig te werken door eerst een aantal schetsen te onderzoeken. Vervolgens leer je tekst te vertalen naar een beeld en leer je je tekening diepte te geven door te werken met overlapping, afsnijding en verkleining.

Dossiertoets Kunstbeschouwing
Alle begrippen onder de categorieën Vorm, Ruimte, Ordening, Kleur en Licht

Afsluiting:

  • Hollandse storm / Spreekwoorden -> inleveren op: 26 maart 2021
  • Dossiertoets Kunstbeschouwing -> Toetsweek (maak hier de oefentoets)
    Zie gauditekenen.nl -> alle begrippen onder (vorm, ruimte, ordening, kleur en licht)

Periode 4

Thema praktijkopdracht

Komende weken gaan jullie aan de slag met de laatste periode opdracht van klas 3. De praktijkopdracht vervult samen met je begrippentoets van periode 3 het dossiertoets cijfer van Tekenen. Zowel de begrippentoets (vorm, ruimte, ordening, kleur, licht en techniek) als de praktijkopdracht tellen even zwaar mee.

Opdracht

Maak een kunstwerk aan de hand van een van de twee volgende thema’s. Je mag dus zelf je thema uitkiezen.

  • Dromen (Ontwerp en maak een werkstuk dat jouw droom verbeeldt. Dit kan een letterlijke droom zijn van je of iets waarvan je droomt en hoopt dat dit ooit gaat uitkomen)
  • Roem (Ontwerp en maak voor een persoon die jij eer wil bewijzen een kunstwerk. Verwerk in dit werkstuk de reden van jouw eerbetoon.)

Voor deze opdracht moet je procesmatig werken. Verzamel al je schetsen, studies, materiaalproefjes, aantekeningen en opmerkingen. Geef daarbij de volgorde van ontstaan aan door deze te nummeren. Heb je bijvoorbeeld bij onderdeel A vier schetsen gemaakt, dan nummer je deze schetsen met A1, A2, A3 en A4. Je werkt in de volgende onderdelen. Begin met A, dan B en als laatste onderdeel C.

  • Onderdeel A (breed orienteren)
    Voor een brede oriëntatie maak je een mindmap op A3 formaat. Een mindmap is een ideeënblad waar je je ideeën op schrijft, tekent en eventueel plakt. Alles wat jij interessant vind over een bepaald onderwerp teken of plak je op dit blad. Focus jezelf nog niet teveel op één idee maar verzamel meerdere ideeën. Maak 4 goed uitgewerkte schetsen van verschillende ideeën die zijn voortgekomen uit je ideeënblad. Nummer je schetsen op volgorde. Schrijf dus op je eerste schets (achterop) A1, op je tweede schets A2 enz.
  • Onderdeel B (diepte onderzoek)
    Maak minimaal 6 goede, diepgaande schetsen waarin je jouw uitgekozen idee uit onderdeel A verder onderzoekt. Dit doe je door je idee uit onderdeel A op verschillende manier te schetsen. Verschillende aanzichten en schetsen waarmee je bepaalde details uitlicht. Denk ook na over je achtergrond. Probeer verschillende uit. Werk je ene schets eens uit in warme kleuren, de andere in koude kleuren of gebruik zwart/wit met 1 steunkleur. Of bedenk zelf leuke varianten. Je schetsen moeten een goede indruk geven maar hoeven dus niet helemaal perfect afgewerkt te zijn. Dit doe je straks in het laatste onderdeel C waarin je je eind werk gaat maken.
    Maak aantekeningen op je schetsen als je belangrijke details wilt benadrukken. Nummer al je schetsen, printjes, materiaalproefjes op volgorde en per onderdeel (B1, B2, B3, B4, B5, B6).
  • Onderdeel C (uitvoeren werkstuk op A3 formaat)
    Het maken van je definitieve werkstuk. Hou in de gaten dat je door je enthousiasme niet het thema van de opdracht vergeet. Je uiteindelijke vel mag geen wit meer bevatten van je papier. Helemaal uitwerken dus. Materiaal (mogen er ook meerdere zijn) en techniek mag je helemaal zelf weten.

Leerdoel

Doormiddel van deze themaopdracht leer je om procesmatig te werken. Een goede voorbereiding is het halve werk dus je onderzoek is net zo belangrijk als je eindwerk. Je leert tevens om overzicht te houden op je werkproces en het tussentijds te beoordelen. Zo voorkom je dat je eindresultaat anders uitpakt dan je van plan was.

Dossiertoets Tekenverslag

Kies in het totaal 15 begrippen uit de categorieën Vorm, Ruimte, Ordening, Kleur, Licht en Techniek. Zorg ervoor dat je in ieder geval van iedere categorie twee of meer begrippen hebt. Je vind de betekenis van de begrippen hier op Gauditekenen in het menu onder ‘Begrippen’

Per begrip maak je een foto (zelf fotograferen dus!) die goed de betekenis van het begrip laat zien. Maak vervolgens een verslag (in WORD) waarin je al deze 15 foto’s plaatst en bij elke foto de betekenis van het begrip uitlegt naar aanleiding van de foto. Zie onderstaand voorbeelden.

Lever je verslag in via de opdracht in Microsoft Teams.

Herhaling (voorbeeld)
Deze foto heb ik gemaakt om het begrip Herhaling te verduidelijk. Doordat je drie dezelfde deuren naast elkaar ziet worden ze door elkaar versterkt als vorm. Je gaat ze een beetje met elkaar vergelijken en daardoor vallen de verschillen extra goed op. Je aandacht gaat naar de linker deur vanwege de rode pijl op de muur en omdat hij een stukje open staat.

Slagschaduw (voorbeeld)

Ik heb deze foto gemaakt om het begrip slagschaduw goed te laten zien. Slagschaduw is de schaduw van een voorwerp of persoon die op de ondergrond of achtergrond valt.

Doordat het licht achter de gefotografeerde persoon vandaan komt valt de schaduw richting de camera. Hierdoor is de slagschaduw eigenlijk het onderwerp van de foto geworden en dus het belangrijkste punt.

Ik heb de foto een beetje schuin genomen om hem iets dynamischer te maken. Ook heb ik de foto een klein beetje bewerkt door het iets meer contrast te geven en een beetje een vignette (hoeken wat donkerder gemaakt).